Back to VOC   

                                 VOC explanation

 

In English and Dutch (see below):

 

 

English:

 

The Cape and the establishment of the VOC

 

In the middle of the 16th century the Netherlands became a threat to the Portuguese trade and properties in the East. Already for decades the Dutch had distributed Portugal ’s Indian merchandise in Europe and acted as cargo carriers on behalf of Spain . The Dutch realised the value of the Portuguese spice monopoly and set it as their objective to rather establish trade relations with the Moluccas , also called Spice Islands , and not so much with India . The Netherlands was on the verge of great overseas expansions and on the brink of entering the Dutch Golden Age.

 

In 1592 after a sojourn of ten years in India the Dutchman Jan Huygen van Linschoten returned to his home country, the northern part of the Netherlands . Thanks to the notes he made during these years, his Itinerario or travelogue contained extremely important information regarding India , the islands of the East, the sea route, and the trade winds and currents. Even before the Itinerario was published in 1595 the principle admirals of the Dutch fleet were already in possession of the contents of this document and on their voyages past the Cape to the Far East they could make good use of the knowledge thus obtained.

 

At approximately the same time a number of Amsterdam merchants established a company called Compagnie van Verre [Company of Far] with the aim of establishing trading posts in the East to trade goods to and from India . On 2 April 1595 the first Dutch cargo fleet set sail from Texel . On the fleet’s arrival at Java, Cornelis de Houtman, who was the chief of trade of the enterprise, concluded a treaty with the regent of Bantam. On their return journey they also landed at Golfo dos Vaqueiros and traded some livestock from the Khoi.

 

On their sea journeys between Europe and the East the Dutch cargo ships frequently visited the Cape to obtain livestock from the Khoi and to take fresh water on board. The establishment of a permanent Dutch settlement at the Cape was actually the last step of this development over many years. In 1601 Paulus van Caerden visited Golfo dos Vaqueiros and named it Mossel Bay , the name it has retained ever since. In the same year Admiral Joris van Spilbergen changed the name of the bay called by De Saldanha after himself to Table Bay.

 

In 1602 all the Dutch East Indian trade companies were united and the Generaale Vereenigde Geoctroijeerde Oostindische Compagnie (VOC) [General United Chartered East-Indian Company] was established. At that time the Dutch were at war with Spain and Portugal (the Eighty Years’ War) and the Company endeavoured to strengthen the economic power of the Dutch Republic and at the same time to weaken the power of the enemy overseas. For this reason the States General of the Vereenigde Republiek der Vereenigde Nederlanden [United Republic of the United Netherlands] vested the VOC with a trade monopoly east of the Cape of Good Hope and west of the Strait of Magellan, as well as a charter vesting sovereign powers to manage soldiers and fleets, to make war and peace, to exercise control over regions, and to establish and govern forts, fortresses and colonies.

 

The VOC was a trade company with shareholders and six chambers (work companies) in the Dutch cities of Amsterdam , Rotterdam , Middelburg, Delft , Enkhuizen and Hoorn , each with offices, stores and ships. The work company in Middelburg was known as Kamer Zeeland [Zeeland Chamber] because its shareholders came from various Zeeland cities. The Here Sewentien (Here XVII) [Lords Seventeen] consisting of representatives from the Chambers formed the central body with conclusive powers.

 

On a continuous basis the Company sent ships to the East with seamen, soldiers and merchants to oppose and drive the Portuguese away, and to expand its own trading. Ambon in the Moluccas was the first settlement that was won from the Portuguese. In 1609 Pieter Both was appointed as the first Governor-General of the Company’s properties and personnel in the East. Since the establishment in 1619 of Batavia (now Jakarta) on Java by Jan Pieterszoon Coen it served as the Company’s Asiatic headquarters, seat of the Governor-General and the Council of India, as well as the central meeting place of all the commercial activities of the Company’s wide range of offices of commerce, factories and settlements that were established in the course of time from the Cape of Good Hope to Mocca [Mocha] and Nagasaki.

 

Back to VOC  

 

In Dutch:

 

De Kaap en de oprichting van de VOC

 

In het midden van de 16e eeuw werd Nederland een bedreiging voor de Portugese handel en eigenschappen in het Oosten. Al decennia lang hadden de Nederlanders verdeeld Portugal 's Indische koopwaar in Europa en trad op als ladingschepen namens Spanje. De Nederlandse besefte de waarde van de Portugese specerijen monopolie en stel het als hun doel in plaats van de handel betrekkingen aan te knopen met de Molukken, ook wel Spice Eilanden, en niet zozeer met India. Nederland was op de rand van grote overzeese uitbreidingen en op de rand van het invoeren van de Nederlandse Gouden Eeuw.

 

In 1592 na een verblijf van tien jaar in India de Nederlander Jan Huygen van Linschoten terug naar zijn land van herkomst, het noordelijke deel van Nederland. Dankzij de notities die hij maakte tijdens deze jaren, zijn Itinerario of reisverslag bevatte uiterst belangrijke informatie over India, de eilanden van het Oosten, de zee route, en de passaatwinden en stromingen. Nog voordat de Itinerario werd gepubliceerd in 1595 het principe admiraals van de Nederlandse vloot waren al in het bezit van de inhoud van dit document en op hun reizen langs de Kaap naar het Verre Oosten konden zij goed gebruik van de aldus verkregen kennis te maken.

 

Op ongeveer hetzelfde moment een aantal Amsterdamse kooplieden is een bedrijf genaamd Compagnie van Verre [Bedrijf van Far] met het oog op de oprichting van handelsposten in de Oost om goederen handelsverkeer van en naar India. Op 2 april 1595 de eerste Nederlandse vrachtvloot van Texel. Bij aankomst van de vloot bij Java, Cornelis de Houtman, die was het hoofd van de handel van de onderneming, een verdrag gesloten met de regent van Bantam. Op hun terugreis ze ook geland op Golfo dos Vaqueiros en verhandeld wat dieren uit de Khoi.

 

Op hun reizen over zee tussen Europa en het Oosten de Nederlandse vrachtschepen bezocht de Kaap om vee te verkrijgen van de Khoi en zoet water aan boord te nemen. De oprichting van een permanente Nederlandse nederzetting aan de Kaap was eigenlijk de laatste stap van deze ontwikkeling gedurende vele jaren. In 1601 Paulus van Caerden bezocht Golfo dos Vaqueiros en noemde het Mossel Bay, de naam die het heeft sindsdien behouden. In hetzelfde jaar admiraal Joris van Spilbergen veranderde de naam van de baai opgeroepen door de Saldanha na zich aan de Tafelbaai.

 

In 1602 alle Nederlandse Oost-Indische handel bedrijven werden verenigd en de Generaale Vereenigde Oostindische Compagnie Geoctroijeerde (VOC) [Algemeen Verenigde Chartered Oost-Indische Compagnie] werd opgericht. Op dat moment waren de Nederlanders in oorlog met Spanje en Portugal (de Tachtigjarige Oorlog) en de Vennootschap zich ingespannen om de economische macht van de Nederlandse Republiek en op hetzelfde moment aan de macht van de vijand te verzwakken overzeese versterken. Om deze reden de Staten-Generaal van de Vereenigde Republiek der Vereenigde Nederlanden [Verenigde Republiek der Verenigde Nederland] berusten de VOC met een handelsmonopolie ten oosten van Kaap de Goede Hoop en ten westen van de Straat van Magellan, evenals een charter vesting soevereine bevoegdheden om soldaten en vloten te beheren, oorlog en vrede maken, om controle uit te oefenen over de regio's, en vast te stellen en regelen forten, vestingen en kolonies.

 

De VOC was een handels-onderneming met aandeelhouders en zes kamers (werk bedrijven) in de Nederlandse steden Amsterdam, Rotterdam, Middelburg, Delft, Enkhuizen en Hoorn, elk met kantoren, winkels en schepen. De werkzaamheden bedrijf in Middelburg werd bekend als Kamer Zeeland [Zeeland Kamer], omdat haar aandeelhouders kwamen uit verschillende Zeeuwse steden. De hier Sewentien (Hier XVII) [Heren Zeventien], bestaande uit vertegenwoordigers van de Kamers vormde het centrale orgaan sluitende bevoegdheden.

 

Op een continue basis de Vennootschap gestuurd schepen naar het Oosten met zeelieden, soldaten en kooplieden zich te verzetten tegen en rijden de Portugezen, en haar eigen handel uit te breiden. Ambon op de Molukken was de eerste nederzetting die werd gewonnen van de Portugees. In 1609 Pieter Both werd aangesteld als de eerste gouverneur-generaal van de eigenschappen van het bedrijf en het personeel in het Oosten. Sinds de oprichting in 1619 van Batavia (nu Jakarta) op Java door Jan Pieterszoon Coen het diende als Aziatische hoofdkwartier van het bedrijf, de zetel van de gouverneur-generaal en de Raad van Indië, evenals de centrale ontmoetingsplaats van alle commerciële activiteiten van het bedrijf een breed scala aan kantoren van koophandel, fabrieken en nederzettingen die zijn vastgesteld in de loop van de tijd van de Kaap de Goede Hoop tot Mocca [Mocha] en Nagasaki.

 

Back to VOC